Spring naar inhoud
Mijn TKP

Hoeveel beleggingsrisico willen uw deelnemers lopen?

Risicopreferentieonderzoek

Nu we naar een pensioenstelsel gaan waarin de link tussen beleggingsrendementen en het individuele pensioen sterker wordt, is het belangrijk te weten wat de voorkeur van uw deelnemers is. Hoeveel beleggingsrisico willen én kunnen ze nemen? Dat achterhaalt u met ons complete risicopreferentieonderzoek.

Met ons onderzoek ontdekt u welk risico uw deelnemers willen lopen (de risicobereidheid) en kúnnen lopen (de risicocapaciteit). Bij elkaar opgeteld: wat hun risicovoorkeur is. Doordat we een methode uit de economische gedragswetenschap gebruiken, en niet alleen kwalitatieve vragen, vertrouwt u op een realistisch en compleet inzicht in de risicovoorkeuren. Bovendien is ons onderzoek in lijn met de criteria uit het FRAME-toetsingsmodel.

Risicobereidheid in kaart

Wat de risicobereidheid is, ontdekken we niet door deelnemers rechtstreeks de vraag te stellen hoeveel risico ze bereid zijn te nemen. Dat levert geen bruikbaar inzicht. Wat we wel doen, is een reeks van keuzes voorleggen uit 2 voorbeeldpensioenen. Met elke keuze wordt het beeld scherper en ondervangen we eventuele inconsistenties. Deze methode, de choice sequence-methode, ligt aan de basis van ons onderzoek.

Pensioenfondsbestuurder bekijkt resultaten van risicopreferentieonderzoek

Nut en noodzaak van het onderzoek

Benieuwd waarom een risicopreferentieonderzoek eigenlijk nodig is en verder verplicht wordt? Download dan de lightpaper over het risicopreferentieonderzoek voor meer achtergrond en de door ons gebruikte methode.

Download onze paper

Risicocapaciteit: op basis van data

Hoeveel risico deelnemers kúnnen lopen – de risicocapaciteit – is eenvoudiger te achterhalen. Daarvoor baseren we ons op de gegevens in onze administratie, aangevuld met een aantal vragen naar zaken als ander inkomen, woningbezit of hypotheeklasten. Heeft u uw administratie (nog) niet bij ons ondergebracht? Geen probleem – dan baseren we ons op gegevens uit uw administratie. Vanzelfsprekend voldoen wij aan alle veiligheidsnormen.

Het resultaat?

Ons risicopreferentieonderzoek geeft u een realistische weergave van de werkelijke risicovoorkeuren. U ontvangt deze en andere (meer kwalitatieve) uitkomsten op zo’n manier dat u ze eenvoudig kunt gebruiken voor uw beleggingsbeleid.

Wij vertellen u graag meer

Wilt u weten of het risicopreferentieonderzoek iets voor u is? Of gewoon vrijblijvend kennismaken? Neem contact op met Mieke van Westing. Zij helpt u graag.

Daarom een risicopreferentieonderzoek van TKP

Icoon risicopreferentie puzzelstukjes

Beste van 2 werelden

Ontwikkeld door pensioenspecialisten van TKP met gedragseconomen van Aegon

Icoon risicopreferentie duimpjes omhoog

Bewezen methode

Vertrouw op een methode die we al 5 jaar succesvol gebruiken in onze beleggingswijzer voor DC-deelnemers

Icoon risicopreferentie checklist

FRAME-toestingsmodel

Methode in lijn met de criteria uit het FRAME-toetsingsmodel

Icoon risicopreferentie overzicht

Helder overzicht

Ontvang een helder overzicht van werkelijke risicovoorkeuren, plus duiding van deze uitkomsten én handvatten voor passend beleid

Icoon risicopreferentie zakenman

Goed voorbereid

U bent goed voorbereid op het nieuwe stelsel. Vanaf 2027 is het onderzoek eens in de 5 jaar verplicht

Icoon risicopreferentie communicatie

Activatiecampagne

Eventueel met aanvullende campagne om uw deelnemers gericht te activeren

Meer weten over ons risicopreferentieonderzoek?

Wilt u meer weten over het risicopreferentieonderzoek? Hoe u het voor uw deelnemers kunt inzetten? U leest het in onze factsheet.

Download factsheet

Interesse in ons onderzoek?

Wilt u weten of het risicopreferentieonderzoek iets voor u is? Of gewoon vrijblijvend kennismaken? Neem contact op met Mieke van Westing. Zij helpt u graag.

‘Belangrijk is dat je vertekeningen – behavioural biases – voorkomt. Zo is er de onbewuste voorkeur van respondenten om voor een optie te kiezen die in het midden staat. Ook voelen mensen de kans op verlies sterker: is er 1% kans dat iets misgaat, dan behandelen ze dat als 5%. Met dat soort gedragsfactoren moet je wel rekening houden.’