Spring naar inhoud
Mijn TKP

Duidelijk in verdelen van biometrische risico’s

Datum
Leestijd
7 minuten

In onze reactie op de concepttekst Wet toekomst pensioenen stelden we dat duidelijkere keuzes het nieuwe stelsel beter uitlegbaar en uitvoerbaar maken. De verschillende manieren van toedelen van biometrische risico’s noemden we als concreet voorbeeld. In dit tweede artikel van onze korte verdiepingsreeks van 5 artikelen gaan we hier verder op in. Bovendien komen we terug op de vraag uit het vorige artikel of de solidariteitsreserve binnen de WVP past. Daarbij ging het meer over de beleggingsrisico’s.

Allereerst: wat zijn biometrische risico’s? Het is de overkoepelende term voor risico’s die samenhangen met arbeidsongeschiktheid, levensverwachting en overlijden. De conceptwet spreekt eigenlijk alleen over de risico’s rondom levensverwachting, die respectievelijk ook wel macro langleven en micro langleven worden genoemd. De nieuwe wet geeft twee mogelijkheden om deze risico’s te delen:

  • risicodeling vergelijkbaar met de huidige praktijk in individuele premieregelingen (I)
  • risicodeling via de solidariteitsreserve (II)

In het eerste geval is sprake van directe toe- of herverdeling van vermogens en in het tweede verloopt dit indirect via de reserve.

Bestaande praktijk doortrekken
In twee voorbeelden (zie kaders) laten we zien hoe pensioenfondsen het macro en het micro langlevenrisico kunnen delen in de nieuwe contracten. Dit doen we op basis van mogelijkheid (I): de huidige praktijk in individuele pensioenregelingen. Voor het NPC maken overrendement en beschermingsrendement het gebruik van de bestaande praktijk wel iets anders, maar in de kern blijft de methode hetzelfde. Onze eerste conclusie is daarom dat we de bestaande praktijk door kunnen trekken naar zowel de WVP als het NPC.

Maak een duidelijke keuze
De bestaande praktijk is dus een bruikbare oplossing voor het collectief delen van biometrische risico’s. Toch voegt de conceptwet een nieuwe mogelijkheid (II) toe: de solidariteitsreserve. Daarmee zijn er twee smaken om de biometrische risico’s te delen. Wij vinden het onwenselijk om beide smaken door elkaar te gebruiken in respectievelijk de WVP of NPC. Deelnemers die veranderen van pensioenuitvoerder kunnen dan immers te maken krijgen met een onbekende methode, wat kan leiden tot verwarring en onzekerheid. Bovendien maakt de pensioensector met de implementatie van twee verschillende methoden extra kosten. Ons advies is daarom: kies als overheid of sector binnen de WVP of NPC voor één methode. Ga uit van de bestaande praktijk óf van de solidariteitsreserve. Wij hebben voor de NPC geen uitgesproken voorkeur voor één van beide opties. Gebaseerd op onze visie dat de solidariteitsreserve niet binnen de WVP past (zie ons vorige artikel), pleiten we bij de WVP wel voor de bestaande praktijk als de enige manier voor het collectief delen van biometrische risico’s.

Overwegingen bij de keuze
Bij de keuze tussen de bestaande praktijk doorzetten of delen van biometrische risico’s via de solidariteitsreserve zien wij verschillende overwegingen. We noemen er 5:

  1. intergenerationele risicodeling
    De solidariteitsreserve heeft als voordeel dat je die kunt inzetten voor indirecte herverdeling van vermogens, bijvoorbeeld voor intergenerationele risicodeling. Neem micro langleven: in een jaar met veel overlijdensgevallen kan het pensioenfonds besluiten niet alle vrijkomende kapitalen (de sterftewinst) direct te verdelen over de resterende pensioengerechtigden. Maar in plaats daarvan in de solidariteitsreserve een deel te ‘bewaren’ voor een jaar waarin weinig deelnemers overlijden.
     
  2. lege reserve
    De solidariteitsreserve kan op enig moment leeg zijn. Dan moet het pensioenfonds voor de deling van biometrische risico’s alsnog terugvallen op de methode gebaseerd op de huidige praktijk bij individuele premieregelingen.
     
  3. samenhang risico’s
    Als een fonds beleggingsrisico’s en biometrische risico’s via een solidariteitsreserve wil delen, kan dit zorgen voor complicaties. Mag ‘winst’ op het ene risico bijvoorbeeld ingezet worden voor dekking van het andere risico? Is het antwoord nee, dan zijn er meerdere reserves nodig. Is het antwoord ja, dan moet het fonds hier goede regels voor uitwerken. Bijvoorbeeld of je uit de solidariteitsreserve eerst het micro langlevenrisico dekt en pas daarna het beleggingsrisico. Ook blijkt uit een van onze onderzoeken dat de solidariteitsreserve minder goed uitlegbaar is bij gebruik voor meerdere soorten risico’s.
     
  4. informatieverwerking door deelnemers
    Collectieve risicodeling gebeurt binnen DB-regelingen standaard, maar onzichtbaar. De aanspraak staat immers centraal en niet het bijbehorende pensioenvermogen. Het NPC maakt deze (her)verdeling van vermogens inzichtelijk. Wij deden al onderzoek naar hoe goed deelnemers informatie verwerken over risicodeling via de solidariteitsreserve. Dit gaan we uitbreiden naar risicodeling zonder gebruik van de solidariteitsreserve. De uitkomsten hiervan verwachten we te kunnen delen tijdens ons webinar van 18 mei.  
     
  5. waardeoverdrachten
    Voor het NPC geldt dat deelnemers bij waardeoverdracht geen aanspraak kunnen maken op een deel van de solidariteitsreserve. Binnen de WVP kán dit wel, maar moet het bestuur goed vastleggen wanneer een deel van de reserve kan worden meegegeven en wanneer niet. Zoals altijd moet dit beleid evenwichtig zijn voor alle (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. Dit punt geldt op zich niet specifiek voor biometrische risico’s, maar kan wel van invloed zijn op de vraag of deze risico’s via de reserve moeten lopen.

Voorbeeld delen macro langlevenrisico

 

68-jarige

88-jarige

 

Kapitaal

Uitkering

Kapitaal

Uitkering

Met oude levensverwachting

€ 200.000

€ 10.000

€ 60.000

€ 10.000

Met nieuwe levensverwachting

€ 200.892

€ 9.658

€ 59.108

€ 9.658

Verschil

+ € 892

-/- 3,4%

-/- € 892

-/- 3,4%

In dit voorbeeld stijgt de gemiddelde levensverwachting van 68-jarigen sneller (+4%) dan die van 88-jarigen (+2%). Bij collectieve risicodeling vindt dan herverdeling van vermogen plaats. Binnen de huidige premieregelingen gebeurt dit zo dat de uitkeringen van de 68-jarige en de 88-jarige evenveel worden aangepast. Daarvoor gaat vermogen van de 88-jarige naar de 68-jarige. Dit kan straks binnen het NPC ook. Maar in het NPC bestaat tevens de optie de uitkering voor de ene pensioengerechtigde sterker aan te passen dan voor de andere. Dus het vermogen op een andere manier te herverdelen.  

Voorbeeld delen micro langlevenrisico

Opbouwfase

25-jarige

30-jarige

50-jarige

Kapitaal voor overlijden

€20.000

€40.000

€160.000

Kapitaal na overlijden

n.v.t.

€44.000

€176.000

Sterftewinst

10%

10%

Deze tabel toont een versimpeld voorbeeld van een methode die in de huidige praktijk al veel voorkomt in de opbouwfase. Het kapitaal van een deelnemer die overlijdt voor de pensioengerechtigde leeftijd gaat als ‘sterftewinst’ naar de resterende deelnemers en wordt naar rato van hun kapitaal over hen verdeeld. De collectieve uitkeringsfase binnen de WVP kent een andere collectieve deling van het micro langlevenrisico. Hier worden kapitalen niet naar rato van het kapitaal verdeeld, maar zodanig dat de uitkeringen van alle pensioengerechtigden in gelijke mate worden aangepast. Hierdoor ontstaan er verschillen in het ontvangen rendement en kan er soms zelfs geld van de ene pensioengerechtigde naar de andere worden overgeheveld.

Solidariteitsreserve niet binnen WVP

In het vorige artikel lieten we zien dat de solidariteitsreserve binnen de WVP leidt tot ongewenste effecten bij de verdeling van beleggingsrisico’s. In dit artikel noemden we 5 overwegingen voor het delen van biometrische risico’s via de solidariteitsreserve of het doorzetten van de bestaande praktijk. Hierin zien wij geen overtuigend voordeel van de solidariteitsreserve voor de deling van biometrische risico’s. Dit onderstreept onze stellingname tegen de solidariteitsreserve binnen de WVP. Gebruik van de reserve heeft onwenselijke effecten bij het delen van beleggingsrisico’s én is voor het delen van biometrische risico’s niet nodig.

Meer over het Pensioenakkoord

Het Expertisecentrum van TKP volgt alle ontwikkelingen rond de invoering van het nieuwe stelsel op de voet. En doet ook zelf onderzoek. Op deze site delen wij actuele inzichten. Onze focus als pensioenuitvoeringsorganisatie ligt daarbij op uitlegbaarheid en uitvoerbaarheid. In december 2020 hebben we in een whitepaper ook onze eerste visie op verschillende aspecten van het Pensioenakkoord gegeven.

Auteurs