Spring naar inhoud
Mijn TKP

Keuzebegeleiding: ‘het is maar een artikeltje’. En nog 5 (on)waarheden

Artikel 48a van de Pensioenwet: Keuzebegeleiding. Het is een van de nieuwe artikelen binnen de Wet toekomst pensioenen. Doordat alle ogen gericht zijn op de nieuwe contracten waar pensioenuitvoerders op overgaan, dreigt keuzebegeleiding onder te sneeuwen. Toch vraagt het om aandacht. Want de impact van keuzebegeleiding is groot. En pensioenuitvoerders moeten het per 1 januari 2023 echt aanbieden.

Keuzebegeleiding wordt onterecht nog wel eens gebagatelliseerd. ‘Het is maar een artikeltje in de wet en het gaat pas in bij het nieuwe contract.’ Al lijkt het een detail van de Wet toekomst pensioenen, de impact ervan op u als pensioenuitvoerder en uw pensioendeelnemers is groot. En u moet keuzebegeleiding hoe dan ook op 1 januari 2023 aanbieden, onafhankelijk van uw contract. Om u goed voor te bereiden, zetten we de belangrijkste (on)waarheden over keuzebegeleiding voor u op een rij:

1. Keuzebegeleiding geldt alleen voor bedrag ineens (niet waar)

Zodra de Wet toekomst pensioenen ingaat, gaat waarschijnlijk ook de Wet bedrag ineens in. Door deze timing is het misverstand ontstaan dat keuzebegeleiding alleen geldt voor de keuze voor bedrag ineens. Doordat bedrag ineens zo’n concrete en tastbare keuze is en doordat het zoals het nu lijkt tegelijk ingaat met de Wtp, knopen mensen deze 2 zaken makkelijk – maar onterecht – aan elkaar. Wat wél klopt is dat keuzebegeleiding belangrijk is bij de keuze voor bedrag ineens. Want het is een keuze voor pensioendeelnemers die veel financiële gevolgen kan hebben. Als je eenmaal kiest voor bedrag ineens, krijg je iedere maand namelijk minder pensioen. Daarnaast vraagt keuzebegeleiding bij bedrag ineens extra aandacht, omdat het samenhangt met andere keuzes op de pensioendatum. Zo mag je bedrag ineens bijvoorbeeld niet combineren met de keuze voor een tijdelijk hoger of lager pensioen (hoog-laag).

Wel waar: Keuzebegeleiding geldt bij álle pensioenkeuzes binnen de regeling en vanaf 1 januari 2023.

Er wordt nog wel eens – onterecht – gedacht dat je niet zou mogen adviseren over keuzes

2. Je moet meer en je mag meer (niet waar)

Omdat keuzebegeleiding is geformuleerd als een open norm, wordt er nog wel eens gedacht dat het een norm is die alles openbreekt. En dat je qua keuzebegeleiding meer moet én meer mag. Dat klopt niet helemaal. Want je mag nog steeds hetzelfde, maar je moet wel meer aanbieden – als pensioenuitvoerder moet je pensioendeelnemers namelijk minimaal een keuzeomgeving aanbieden. Er wordt nog wel eens – onterecht – gedacht dat je niet zou mogen adviseren over keuzes. Maar adviseren mocht al en dat mag nog steeds, maar het is niet verplicht. Wél leven er bij pensioenuitvoerders veel vragen tot waar je mag adviseren over keuzes. Ook al is dat niet precies in wetgeving uitgewerkt, de AFM biedt ruimte binnen grenzen. Op basis daarvan kunnen we onze inschatting geven van wat pensioenuitvoerders minimaal aan keuzebegeleiding moeten aanbieden: de ondergrens. En hoe ver ze erin kunnen gaan: de bovengrens. U leest erover meer in het artikel Verken de grenzen: 3 aandachtspunten op weg naar keuzebegeleiding

Wel waar: De ondergrens verschuift van informeren naar begeleiden. De bovengrens verschuift niet.

AFM biedt ruimte binnen grenzen

De AFM houdt toezicht op de nieuwe open norm keuzebegeleiding. Pensioenuitvoerders krijgen ruimte om de grenzen op te zoeken. Zo stelt de AFM onder meer dat pensioenuitvoerders informatie moeten inwinnen over het totale – ook ergens anders – opgebouwde pensioen, over de AOW en over de uitgaven om zo een beeld te krijgen van de financiële positie van deelnemers. Ook zouden pensioenuitvoerders uitgaven moeten inventariseren, zoals woonlasten na pensionering, aflossing van schulden en een eventuele alimentatieplicht.

3. Keuzebegeleiding geldt pas als een nieuw contract ingaat (niet waar)

Een van de belangrijkste keuzes die pensioenuitvoerders binnen de Wtp moeten maken is de contractsvorm. De vraag die bij veel uitvoerders op dit moment de hoogste prioriteit heeft is ‘Kiezen we voor een solidaire premieovereenkomst (spr) of de flexibele premieovereenkomst (fpr)?’ Uiterlijk op 1 januari 2027 moet u zijn overgestapt op een nieuw pensioencontract. Omdat ook keuzebegeleiding onderdeel is van de Wtp, wordt nog wel eens gedacht dat keuzebegeleiding pas gaat gelden op het moment dat het nieuwe contract ingaat. Maar dat is niet zo. Los van de contractsvorm, moet u keuzebegeleiding per 1 januari 2023 hoe dan ook aanbieden. U kunt daarmee niet wachten tot de ingangsdatum van het nieuwe contract. Wél kunt u keuzebegeleiding gefaseerd aanpakken. Bijvoorbeeld door op 1 januari 2023 de wettelijk minimale invulling te bieden en daarna keuzebegeleiding op het niveau te brengen van uw eigen ambities en de behoeftes van uw deelnemers.

Wel waar: Los van de ingangsdatum van het nieuwe pensioencontract, gaat per 1 januari 2023 Keuzebegeleiding in.

4. Keuzebegeleiding richt je een keer in, dan ben je klaar (niet waar)

Bij nummer 3, las u al dat u keuzebegeleiding gefaseerd kunt aanpakken. Keuzebegeleiding is niet een kwestie van een keer inrichten en klaar. Het is een continu proces waarbij het belangrijk is om het regelmatig te herijken. Herijking is nodig om in te spelen op belangrijke momenten, ingegeven door externe of interne factoren. Zo is de ingang van het nieuwe contract een belangrijk moment voor herijking. Past bijvoorbeeld het eerder gekozen bare minimum nog wel bij de ambities die u heeft met het nieuwe contract? Maar ook nadat het nieuwe contract is ingegaan, blijft het belangrijk om te herijken omdat er steeds keuzes kunnen bijkomen. Zo kan het zijn dat het toezichtkader verandert of zijn er wijzigingen nodig, ingegeven door signalen uit de sector of de media. Net zo belangrijk is herijking door interne factoren. Past het nog bij uw ambities, bij veranderingen in uw regeling en de behoeften van uw deelnemers? Kortom: keuzebegeleiding inrichten is een dynamisch – niet statisch – proces.

Wel waar: Keuzebegeleiding is een continu proces, het blijft nodig om te herijken.

Keuzebegeleiding is een continu proces, het blijft nodig om te herijken

5. Keuzebegeleiding geldt alleen bij pensioneren (niet waar)

Er wordt nog wel eens gedacht dat keuzebegeleiding alleen noodzakelijk is rond het pensioneren van deelnemers. Geen gekke gedachte natuurlijk. Want pensioneren is een concrete gebeurtenis waar mensen actief bij betrokken zijn – ze leven vaak naar het moment toe en moeten van alles regelen. Het is bij uitstek het moment waarop deelnemers veel te kiezen hebben. Toch komt keuzebegeleiding al veel eerder kijken. Het hoort bij álle keuzes binnen de pensioenregeling. Denk aan de keuze voor een vrijwillige aanvullende verzekering op het moment dat iemand nieuw in dienst komt. Of denk aan het einde van deelneming als iemand uit dienst gaat. Dat zijn meer ‘verborgen’ keuzes op momenten waarop pensioendeelnemers zich vaak nog nauwelijks bewust zijn van het belang van pensioen. Laat staan van de keuzes die ze daarbij hebben. U leest hierover binnenkort meer in een volgend artikel.

Wel waar: Keuzebegeleiding geldt voor álle pensioenkeuzes, ook voor keuzes die je moet maken ver voor pensioneren.

Wacht niet af, bereid u voor

Kortom: ‘artikeltje’ 48a van de Pensioenwet is groter dan vaak wordt ingeschat. En het gaat eerder in dan wordt gedacht. Wacht dus niet met keuzebegeleiding tot het moment dat uw nieuwe contract ingaat, maar bereid u vast voor. Denk na over de impact op uw organisatie, over wat uw deelnemers willen en wat uw ambities zijn. Goede keuzebegeleiding, ingericht vanuit het perspectief van uw deelnemers, maakt uw pensioenregeling bovendien aantrekkelijker. Benieuwd hoe u zich kunt voorbereiden? Lees het artikel Verken de grenzen: 3 Aandachtspunten op weg naar keuzebegeleiding. Of vraag uw accountmanager om mee te denken.

Auteurs