Spring naar inhoud
Mijn TKP

Staffelbesluit – hoe zit dat ook weer?

Datum
Auteur
1780
Leestijd
4 minuten

Eind vorig jaar maakte de Belastingdienst nieuwe staffels bekend in het zogeheten Staffelbesluit. De nieuwe staffels zijn per 1 januari ingegaan. Voor deelnemers aan een premieregeling mág bij bepaalde leeftijden fiscaal nu iets meer premie worden ingelegd. Maar hoe zit het ook alweer met die staffels? En wat betekent een nieuw Staffelbesluit voor de pensioenregelingen?

Fiscale ruimte

Voor pensioen geldt de omkeerregel: pensioenpremies en pensioenaanspraken worden niet belast, pensioenuitkeringen wel. Die omkeerregel geldt alleen als de pensioenopbouw binnen bepaalde grenzen blijft. Zo moet er bij de pensioenopbouw rekening gehouden worden met de AOW (de franchise) en is er een grens aan het loon dat pensioengevend mag zijn. Voor verschillende soorten pensioenregelingen gelden bovendien specifieke grenzen. Op dit moment mag bijvoorbeeld de jaarlijkse pensioenopbouw in een middelloonregeling niet hoger zijn dan 1,875% per jaar (bij een pensioenleeftijd van 68 jaar).

Een premieregeling is een afspraak die niet uitgaat van pensioenopbouw, maar van premie-inleg. Die premie-inleg is gericht op een pensioen dat na 40 jaar niet meer dan 75% van het gemiddelde (pensioengevende) loon is. Uit die regel is het lastig af te leiden hoeveel premie er precies mag worden ingelegd. Daarom publiceert de Belastingdienst een Staffelbesluit.

Verschillende staffels

Het Staffelbesluit bevat reeksen – staffels – van percentages van het pensioengevend loon die per leeftijdsklasse mogen worden ingelegd. De percentages lopen geleidelijk op, omdat de premie-inleg voor een jongere deelnemer nu eenmaal langer kan renderen dan de premie-inleg voor een oudere. Om actuarieel dezelfde inleg kunnen te doen, loopt de inleg procentueel op met de leeftijd.

Het Staffelbesluit bestaat uit verschillende soorten staffels. Er zijn staffels op basis van verschillende rekenrentes, staffels die alleen voorzien in de opbouw van ouderdomspensioen en staffels die voorzien in ouderdoms- én partnerpensioen. De uitgangpunten voor de staffels zijn in het Staffelbesluit opgenomen. Denk aan een gemiddeld leeftijdsverschil tussen mannen en vrouwen, of aan sterfte- en overlevingspatronen in de samenleving: de ‘overlevingstafel’. Wijzigen die uitgangspunten, dan wijzigen dus ook de percentages. Als gevolg van een nieuwe overlevingstafel zijn de percentages in het nieuwe Staffelbesluit gestegen.

Gevolgen voor pensioenregelingen

Een wijziging van het Staffelbesluit betekent een wijziging van de fiscale grenzen bij het toepassen van de omkeerregel. Maar het betekent niét dat een pensioenregeling automatisch meewijzigt. De staffel met de premie-inleg in een pensioenregeling is onderdeel van een afspraak tussen werkgever en werknemer – of tussen sociale partners: werkgevers- en werknemersorganisaties. Zo’n staffel is meestal opgenomen in het pensioenreglement.

Wijzigt het Staffelbesluit, dan kán dat een aanleiding zijn om de pensioenregeling aan te passen. Maar dat moet wel volgens de spelregels die gelden voor dergelijke wijzigingen. Omdat er deze keer slechts 4 dagen tussen publicatie en de inwerkingtreding van het Staffelbesluit zaten, zullen de meeste pensioenregelingen (nog) niet aangepast zijn.
 

Door een verlaging van de staffelpercentages kan het gebeuren dat een pensioenregeling opeens niet langer binnen de fiscale grenzen valt. In dat geval mogen pensioenuitvoerders meestal zelfstandig en direct de pensioenregeling aanpassen. De gevolgen van het wachten op nieuwe afspraken tussen de werkgever en de werknemers of sociale partners zijn dan te groot. Want een pensioenregeling die over fiscale grenzen gaat, valt in zijn geheel niet meer onder de omkeerregel. In veel pensioenreglementen is daarom opgenomen dat de pensioenaanspraken nooit buiten de fiscale grenzen kunnen gaan.

Staffel voorbeeld

Deze staffel wordt regelmatig in pensioenregelingen gebruikt. Dit is de staffel voor inkoop van ouderdomspensioen en (uitgesteld) partnerpensioen op de pensioendatum, met een gehanteerde rekenrente van 4%. De cursief weergegeven percentages zijn aangepast in het laatste Staffelbesluit.

Leeftijdsklassen

Percentage van de pensioengrondslag

per 1 januari 2019

Percentage van de pensioengrondslag

per 1 januari 2020

15 t/m 19

3,9

3,9

20 t/m 24

4,4

4,4

25 t/m 29

5,4

5,4

30 t/m 34

6,6

6,6

35 t/m 39

8,0

8,0

40 t/m 44

9,8

9,8

45 t/m 49

11,9

12,0

50 t/m 54

14,6

14,6

55 t/m 59

18,0

18,0

60 t/m 64

22,4

22,4

65 t/m 67

26,8

26,9