Spring naar inhoud
Mijn TKP

Column: Gedoe

In 2017 schreef ik al eens een column over echtscheiding en pensioen. Over de op handen zijnde nieuwe wet (de Wet pensioenverdeling bij scheiding, afgekort de Wps), die overigens nog steeds niet ingevoerd is. De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, afgekort de Wvps, is op dit moment dus de wet die regelt hoe omgegaan wordt met de pensioenen als de huwelijksboot strandt. Dat het hoog tijd wordt die Wvps te vervangen door de Wps, laat de casus zien die wij niet lang geleden voorgeschoteld kregen.

Man en vrouw besluiten na een huwelijk van twintig jaar uit elkaar te gaan. Er wordt een overeenkomst opgesteld (een echtscheidingsconvenant) waarin zij hun financiële zaken regelen. Voor wat betreft de pensioenen besluiten ze dat de verdeling gaat volgens de standaardmethode van de Wvps: beiden hebben recht op de helft van het door de ander tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. So far so good.

Maar dan komt het. In het convenant nemen zij op dat de man verplicht is zijn eigen pensioenfonds (dus het pensioenfonds waar hij zijn pensioen opbouwt) te informeren over de scheiding en dat de vrouw verplicht wordt háár pensioenfonds daarover te informeren. Vervolgens bereiken ze de pensioendatum. De vrouw ziet een deel van het door haar opgebouwde pensioen naar haar ex gaan, maar ze ontvangt andersom niets van het pensioenfonds van haar ex. Hoe kan dat?

Ze neemt poolshoogte bij het pensioenfonds van haar ex en dan komt de aap uit de mouw. Haar ex heeft zijn pensioenfonds niet geïnformeerd, zoals in het convenant stond. En dat betekent dat het pensioenfonds niet rechtstreeks aan haar kan uitkeren. Wettelijke voorwaarde voor een directe uitbetaling aan haar is immers dat het pensioenfonds binnen een termijn van 2 jaar geïnformeerd moet zijn over de verdeling van het pensioen. Dat betekent dat de vrouw haar recht maar moet zien te halen bij haar ex. De vrouw doet verwoede pogingen, maar haar ex reageert nergens op. Ze zal nu dus waarschijnlijk een rechtszaak moeten beginnen om haar deel van het door haar ex opgebouwde pensioen te krijgen. Gedoe.

Het zal duidelijk zijn waar de schoen wringt. In het convenant had natuurlijk moeten staan dat de pensioenuitvoerders binnen 2 jaar geïnformeerd moeten worden over de scheiding. Wie informeert maakt daarbij niet uit. Zo staat het ook in artikel 2 van de Wvps (‘er ontstaat een recht op uitbetaling mits binnen twee jaar door één van beide echtgenoten mededeling is gedaan door middel van een formulier…’). Omdat dat zo in het convenant stond dacht de vrouw dat haar ex die mededeling wel zou doen. Het kwam daarom niet in haar op om dat zelf ook nog te doen. En als niemand het doet zal de pensioenuitvoerder dus niet rechtstreeks uitbetalen.

De meeste pensioenuitvoerders zijn overigens wel bereid om rechtstreeks uit te betalen als degene die verplicht is een deel van zijn pensioen af te staan (in dit geval dus de man) daar uitdrukkelijk akkoord mee gaat. Maar ook alleen dan. In de rechtspraak is dat ook het uitgangspunt: alleen in heel bijzondere gevallen kan, als ‘de redelijkheid en billijkheid dat vereist’, de pensioenuitvoerder zónder dat het formulier op tijd is opgestuurd en zónder het akkoord, toch rechtstreeks uitbetalen aan de ex.

Dit zou je zo’n geval kunnen noemen. In de nieuwe Wps is de default dat er een eigen recht bestaat op de helft van het door de ander opgebouwde ouderdomspensioen. En als je niets anders afspreekt wordt er rechtstreeks uitbetaald aan de ex. Een formulier is niet nodig. Dat maakt dat een casus zoals deze onder de nieuwe wet niet meer voor kan komen. Minder gedoe dus.

Thema:

Column

Auteur