Spring naar inhoud
Politiek

Wat betekent het coalitieakkoord voor de pensioenuitvoering?

Op 30 januari presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord ‘Aan de slag’. In dit akkoord staat een aantal ingrijpende maatregelen voor sociale zekerheid en arbeidsmarkt. Deze maatregelen hebben voor deelnemers effecten op inkomen, AOW-moment en opbouwperiodes. De impact op de pensioenuitvoering blijft beperkt. Ook de overgang naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp) kan onverminderd doorgaan. In dit artikel leest u wat de voorgenomen maatregelen betekenen voor deelnemers en werkgevers. En wat u kunt doen.

1. De AOW-leeftijd stijgt sneller vanaf 2033

Het kabinet kiest voor een volledige 1-op-1-koppeling tussen levensverwachting en AOW-leeftijd. Dit betekent dat de AOW sneller stijgt dan onder de gedempte systematiek die nu geldt. De wijziging van de AOW-leeftijd werkt in de pensioenuitvoering vooral door via tijdelijke AOW-overbruggingspensioenen en arbeidsongeschiktheidsregelingen. Deze zijn in de praktijk namelijk vaak direct gekoppeld aan het moment dat de AOW ingaat. Als pensioenuitvoerder is het daarom belangrijk om deelnemers tijdig en helder te informeren én te begeleiden bij eventuele gevolgen voor hun financiële planning en keuzes.

2. Aftoppingsgrens bevroren tot 2033

De bovengrens voor fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw blijft 6 jaar langer op €137.800 staan. Dit raakt vooral hogere inkomens die minder fiscaal gefaciliteerd kunnen opbouwen. Technisch blijft de impact beperkt. Wel is het belangrijk dat u als pensioenuitvoerder deelnemers en werkgevers meeneemt in de gevolgen voor de oudedagsvoorziening. Daarbij kunt u hen – waar relevant – wijzen op de mogelijkheid van nettopensioen als aanvulling voor inkomens boven de aftoppingsgrens.

3. Arbeidsongeschiktheid: wijzigingen werken door in aanvullende regelingen

De IVA-uitkering voor nieuwe gevallen wordt afgeschaft. Dat betekent dat meer mensen onder de WGA gaan vallen, wat kan leiden tot lagere wettelijke uitkeringen. Ook de verlaging van het maximumdagloon zorgt ervoor dat mensen met hogere inkomens lagere WIA- en WW-uitkeringen ontvangen. Hierdoor verandert de verhouding tussen wettelijke en aanvullende dekking. Pensioenregelingen voorzien vaak in een aanvulling op de wettelijke uitkeringen. Daarom is het voor u als pensioenuitvoerder belangrijk om te beoordelen of deze aanvullingen nog passend en correct zijn ingericht als de wettelijke uitkeringsniveaus worden gewijzigd.

4. De WW wordt verkort en aangepast

De WW-duur wordt ingekort naar 12 maanden. De eerste 2 maanden wordt de uitkering verhoogd. Dit verandert de inkomensbescherming bij werkloosheid en heeft gevolgen voor de financiële planning en mogelijke overbrugging richting het pensioen.

Veranderingen in context, niet in uitvoering

De technische pensioenuitvoering blijft stabiel. Wél verandert de context waarin deelnemers hun pensioen opbouwen. Om deelnemers goed te ondersteunen in hun keuzes, is het belangrijk dat u als pensioenuitvoerder zorgt voor begrijpelijke pensioencommunicatie en tijdige begeleiding naar het pensioen toe. Daarnaast benadrukken we dat nu nog niet precies vaststaat hoe de aangekondigde maatregelen uiteindelijk worden ingevoerd. Het is goed mogelijk dat de voorstellen rond de AOW-leeftijd en de wijzigingen binnen de WIA tijdens het politieke proces nog worden aangepast of afgezwakt. Voor de WIA-voorstellen geldt bovendien dat eventuele wijzigingen niet van de ene op de andere dag ingaan – de implementatie daarvan heeft tijd nodig.

Auteur